Lopen is een erg blessuregevoelige sport. Ruim meer dan de helft van de (beginnende) lopers raakt min of meer ernstig geblesseerd. Bijna altijd zijn blessures het gevolg van overbelasting. Hardlopen lijkt simpel en iedereen kan het. Wanneer je begint raak je vaak zo enthousiast dat je teveel gaat doen. Je bent zo sterk als de zwakste schakel van jouw lichaam. Omdat de meeste mensen lopen als een conditiesport zien, trainen ze bijna altijd op het maken van omvang: steeds meer en steeds verder lopen. Het zijn niet de conditiebepalende onderdelen van je lichaam die de blessures veroorzaken, maar juist de ‘dragende’ onderdelen: spieren, pezen en gewrichten en bindweefsel die de belasting niet aankunnen. Het trainen van je long/hart conditie (VO2max) gaat sneller dan het sterker maken van je spieren, het trainen van pezen en bindweefsel duurt nog langer. Dit is een valkuil voor de trainende mens.

Net als bij iedere sport moet je jouw hele lichaam sterk genoeg moeten maken om de belasting die het lopen met zich mee brengt aan te kunnen. Bij alle sporten vinden we het normaal dat het oefenen van de sport en het aanleren van techniek erbij hoort. Niemand zal het in zijn hoofd halen om als je voor het eerst op de ski’s staat meteen een zwarte piste ‘im Schuss’ af te dalen!

Als lopers hebben we wel de neiging om direct zo ver en hard te lopen als onze longen ons kunnen dragen. Door regelmatig techniek oefeningen te doen, bereidt je het lichaam langzamerhand voor op de toenemende loopbelasting. Alle onderdelen van het lichaam moeten getraind worden. Komt er een disbalans, bijvoorbeeld door de buikspieren teveel te trainen en de rugspieren niet, dan kunnen overbelastingblessures ontstaan op plekken die door rugspieren ondersteund en gestuurd worden.

Door trippling en skipping en al de variaties hierop maak je o.a. spieren pezen en gewrichten in en rondom voet, enkel en knie sterker, terwijl ook je hamstrings en rompspieren aan het werk zijn. Door gerichte loopoefeningen kun je bijvoorbeeld rompspieren versterken waardoor o.a. rug- en bekkenproblemen voorkomen kunnen worden. Ook loophouding en voetplaatsing is van belang bij het voorkomen van blessures, ook dit train je spelenderwijs tijdens de loopoefeningen.

Ook oefeningen moeten met mate gedaan worden om blessures te voorkomen. Techniekoefeningen maken voor mij een training completer, leuker en door de afwisseling minder belastend  en je leert efficiënter lopen. Door een evenwichtiger opbouw is de kans op blessures kleiner.

Een belangrijk aspect van efficiënt lopen is dat door op de juiste manier aanspannen en ontspannen van de spieren de impact van het lopen opgevangen wordt, elastische energie in de spieren opgeslagen wordt die bij de afzet weer vrijkomt. Lopen met voorspanning vergt training maar levert wel wat op. Vergelijk het maar met een opgepompte bal en een halfzachte bal. Als je die laat stuiteren zie je het verschil, en zo voel je ook het verschil als je actief loopt !

Het aanleren van de vele aspecten van het lopen valt onder de noemer motorisch leren. Daarover een volgende keer meer. Tipje van de sluier: het aanleren van motorische vaardigheden gebeurt niet – zoals lang gedacht – door veelvuldig herhalen en vertellen wat en hoe het moet. Juist het afwisselend aanbieden van oefenstof en indirecte aanwijzingen geven leidt tot betere resultaten, zeker op de langere duur.

De basis van een  training blijft voor mij dat de training leuk en uitdagend moet zijnen dat er spelenderwijs gericht geoefend en gelopen kan worden, en dit natuurlijk in een (sociaal) veilige omgeving waarbij iedereen aan zijn of haar trekken kan komen.