Inmiddels ben ik de bergen in het binnenland ingereden en heb de oostkust achter me gelaten. En dat is nogal een overgang. Eindeloos lange ritten langs de groene kust met verlaten stranden en wat verloren vissersdorpen hebben plaatsgemaakt voor flinke heuvels, huisjes, akkers en dorpen. Met wat angst in de benen onderweg nog  2 wildparken doorgereden want de olifanten staan daar zonder waarschuwen de weg te blokkeren. Sri Lanka is eigenlijk één groot wildpark waar steeds meer mensen zijn komen wonen en daar zijn vooral de olifanten het altijd niet mee eens. Die gaan, zoals ze altijd al deden, gewoon aan de wandel en komen dan regelmatig mensen en misschien wel een verdwaalde fietser tegen. En ze nemen voorrang, elk jaar sneuvelen er zo’n 70 mensen bij deze ontmoetingen.

In de bergen wordt voornamelijk thee verbouwd en dat deden die Engelsen verdomd goed. Na de Portugezen en de Hollanders hebben zij hier lang en het laatst de baas gespeeld. De voormalig Engelse theeplantages met prachtige namen als Somerset, Castlereigh of Edinburgh estate stofferen het landschap. En als er dan nog kleurig geklede theeplukkers, ‘sters’ moet ik eigenlijk zeggen(mannen werken ook hier bijna niet), aan het werk zijn is het op z’n mooist. Op sommige plekken heeft de tijd dan ook stilgestaan. Om m’n verjaardag wat stijl te geven had ik voor een paar dagen een kamer geboekt in ‘the Hill Club’ in Nuwara Eliya. Deze voormalige theeplanters sociëteit uit 1880 (‘ladies not permitted’ tot 1979 en daarna alleen via een zijingang) is Engelser dan het hele Gemenebest bij elkaar: al het personeel in zwart/wit, krakende houten vloeren, enorme eetzalen, open haarden, een antieke biljartzaal die het trouwens ook goed deed als fietsenstalling, geschoten luipaarden aan de muur en verder ingericht met prachtig antiek. En s’avonds worden er kruiken met heet water rond gebracht want het koelt goed af op 1900 m. Churchill en  the Queen logeerden hier ook dus ik was in goed gezelschap. Omringd door tennis-en golfbanen en een schitterende tuin voelde ik me daar erg op m’n gemak. Het hotel ligt in de hoogstgelegen plaats in het land Nuwara Eliya, en naast de verkoeling kwamen de Engelsen hier ook voor de paardenrenbaan en vooral om hun verveling weg te drinken, te feesten, te dansen of te gokken. (Lees Michael Ondaatje’s hilarische ‘Running the family’ waarin hij zijn opgroeien in de rijkste milieus in de jaren ’40 en ’50 en de koloniale tijd op Ceylon beschrijft) Het was een groot genoegen om de lange oprijlaan op te fietsen en even later fiets en bagage in te leveren bij het ijverige personeel. Ben vermoedelijk toch in de verkeerde eeuw geboren. Ze vonden het erg vermakelijk dat ik niet gemotoriseerd aangekomen was. En al vinden ze het maar raar dat je fietst, onder het personeel was ik al snel bekend en dat had ook zo z’n voordeel. Onder het mom van  ‘you go riding a long day, sir’ kwamen ze me extra croissants, sap en fruit brengen bij het ontbijt. M’n  verjaardag vierde ik verder ingetogen met een wandeling downtown in Victoria Park en s’middags met bier en boek in de tuin van het hotel. Na al dat trappen zijn rustdagen welkom.

 

Een paar dagen later na spectaculaire afdalingen en uiteraard ook weer wat stijgen zo’n  75 km verderop in Dalhousie aangekomen. Dit dorp ligt aan de voet van Adams Peak. Deze piramidesuikerbult is 2243 m hoog en heilig voor meerdere religies. En zo heeft ieder z’n motivatie om 2 uur s’nachts op stap te gaan en deze bult te beklimmen. De reden voor de buitenlanders is vooral om de zonsopgang en de magische schaduw ervan verderop in het landschap te zien. Nu had ik dat 20 jaar geleden ook al eens gedaan en vond ik het toen een gedenkwaardige tocht. En dat wilde ik graag nog een keer meemaken. Samen met veel Sri Lankezen en andere toeristen klauter je zwijgend en steunend de berg op. Je doet er 2 tot 4 uur over. Verbleef ik toen met ongeveer 50 mensen in de tempel bovenop die koude berg, nu schat ik dat er wel 1000 mensen waren.  De kouw, de massa mensen, het wachten: het was nog steeds iets wat Koot en Bie ‘kicks voor niks’ zouden noemen. Al moet je wel wat lopen om er te komen. Prachtig uitzicht over de bergen en aan de anderen kant de schaduw verderop, echt magisch!

 

Groeten,

Wim