Cadeau

Het verhaal van deze Berenloop begint eigenlijk al op de eerste training na de zomervakantie. Ik vertel aan Wim een verhaal over wat ik in de vakantie heb beleefd en hij zegt meteen: “Dan heb ik een leuk cadeau voor jou en dat krijg je wanneer we naar Terschelling gaan.”

We gaan woensdag op de fiets naar Sint Annaparochie, naar Nynke’s ouders, waar we gaan overnachten om dan op de donderdagochtend verder te fietsen naar Harlingen om de boot naar Terschelling te nemen.

Lekke band

We zijn nog maar net buiten Groningen of ik krijg een lekke band. Ik heb nog geen drie weken geleden een nieuwe buitenband, een nieuwe binnenband en een nieuw velglint op het achterwiel gezet en toch heb ik een lekke band. Ik heb geen bandenplak meegenomen, maar Wim wel. Bij het controleren van de buitenband blijkt er een klinknagel van 2 centimeter in de band te zitten. Wim zegt dat hij altijd een reserve-binnenband bij zich heeft als back up. Ik heb echter een andere bandmaat.

Ik plak mijn band (twee keer) en we vervolgen onze weg met een klein uur vertraging. In Hardegarijp nemen we een rustpauze in het Vandervalk. Dan zegt Wim dat het tijd is voor het cadeau dat hij mij heeft beloofd. Maar dan moet ik wel het back up verhaal vertellen uit mijn vakantie.

Back up

We hebben afgelopen zomer een wandeltocht gemaakt in Engeland, in het Lake District. Rugzak op, tent mee en wild kamperen.

Zaterdagavond, voorbij het stadje Keswick slaan we onze tent op in het weiland van een boer. Ik wil het eten gaan klaarmaken. Aansteker bij het vuur en ai, de aansteker weigert dienst te doen. Er komt geen vonkje meer af. Er lopen af en toe wat mensen langs het paadje iets verderop dat naar een camping gaat. Een aantal mensen gevraagd om een vuurtje, maar niemand had wat bij zich. Er kwam ook een oudere man  langs en hij vroeg: ‘Heb je geen back up dan?’.

We hebben toen maar een salade gemaakt. Toen we in de tent zaten te eten (vanwege de kleine steekvliegjes) hoorden we ineens: hello, hello. We dachten eerst dat het de boer was op wiens land we stonden, het bleek de oudere man van daarnet te zijn. Hij was op en neer naar de camping gelopen en had voor ons een doosje lucifers meegenomen; zijn eigen back up. Hij had ooit 50 jaar geleden van een vriend een tinnen doosje gekregen om een reserve doosje lucifers in te bewaren zodat hij altijd droge lucifers bij zich had. Het doosje lucifers was voor ons. Hij vertelde ons ook de reden waarom hij dit naar ons toe bracht. Overdag was namelijk zijn hoed van zijn hoofd gewaaid en deze was bijna in de rivier beland. Een jonge man was hard achter de wegwaaiende hoed aangerend en kon deze nog net op tijd pakken. En, vertelde hij, a good deed needs a good deed.

Ik zei tegen hem dat het erg aardig van hem was en dat wij vandaag ook een goede daad hadden verricht. We kwamen tegen de middag in de bergen een hondje tegen. Midden op een smal bergpaadje lag het arme beestje te bibberen. Hij wilde niet staan en er zat niet veel actie meer in het dier. In de verste verte was er niemand te bekennen. Dus wat te doen? Achterlaten kun je zo’n hulpeloos schepsel toch niet? We hadden een boodschappentas van de Spar waar het hondje precies in paste. Toen we na een paar uur weer in de bewoonde wereld kwamen, moesten we een rivier oversteken maar de brug was in reparatie. We vroegen iets verderop bij een boerderij waar we rivier over konden steken of ze toevallig een hondje kwijt waren. Nee, zei hij, maar er was ’s ochtends wel iemand langs geweest die een hondje kwijtgeraakt was. Hij had een telefoonnummer achtergelaten en we spraken af bij de pub anderhalve mijl verderop waar we ook de rivier over konden. Het baasje woonde in een dorp tien mijl verderop. Het hondje was de weg kwijt geraakt en helemaal de verkeerde kant opgelopen. Het baasje was ontzettend blij dat hij het hondje terug had. Ze waren al 6 jaar onafscheidelijk. De twee kinderen die bij hem waren zeiden dat Pappa had gehuild toen hij hoorde dat Baxter weer terecht was.

De oudere man vond het mooi verhaal en inderdaad bleek: a good deed needs a good deed. Nogmaals  drukte hij ons op het hart dat we toch altijd moesten zorgen voor een back up.

De man had het wel goed met ons voor want de volgende dag, nog voor we weer verder gingen, kwam hij nog eens 20 minuten van de camping naar ons toelopen met een envelop die we pas een uur later open mochten maken. Er bleek een klein bijbeltje in te zitten. Ook een soort back up.

Nu mocht ik het cadeau uitpakken dat Wim voor mij gekocht had. Het was een  ‘light my fire’. Twee metalen staafjes die je over elkaar moet slijpen en dan komen er vonkjes. Ook bij nat weer. Een prachtige back up die vanaf nu elke vakantie meegaat.

Naar het eiland

’s Avonds hebben we heerlijk gegeten bij Nynke’s ouders en de volgende dag na een stevig ontbijt weer verder Harlingen.

Wanneer we op het eiland aankomen is het eerste wat we doen even naar het Noordzeestrand. Wat dan meteen opvalt zijn de strandlopers. Ze rennen driftig heen en weer langs de branding en gaan op en neer met de beweging van golven. Ze zijn vliegensvlug en lopen behendig tussen zilvermeeuwen en de mantelmeeuwen door. Zo’n strandloper legt elke dag wel een marathon af, en slechts op drie tenen! De meeuwen hebben een ander tempo en zondag zijn het de hardlopers die hier over het strand, ieder in hun eigen stijl, hun wedstijd lopen. Sommigen lopen rechtop, er zijn er bij die hele korte pasjes nemen en anderen waggelen als eenden. We concluderen dat vogels net rare mensen zijn en sommige mensen rare vogels.

Eten en drinken

In de dagen voor de loop genieten we altijd van heerlijk eten. Wim heeft een appelsoep gemaakt, met koek erin als bindmiddel. En inderdaad het ging er in als koek. Zelf had ik stoofpeertjes mee uit eigen tuin, gemaakt volgens mijn moeders recept. Aat, onze kok (van vroeger ‘De kleine Heerlijckheid’) had een heerlijke visstoofpot gemaakt en een fantastische Coq au vin. Al deze recepten zijn op te vragen bij de makers. Jos had zoals elk jaar weer fantastische wijnen meegenomen. Een paar uit Nederland en een paar van over de grens.

De Berenloop

Zaterdagochtend is er een kleintje Berenloop, 10 kilometer. Jos doet mee en we tellen ook één Astreaan, Willemien. Achteraf hoorde ik dat Marion ook nog meedeed. Ad en Henriette doen mee op zondag, die waren we al een paar keer tegengekomen op het eiland. We kwamen zaterdag ook nog twee oude bekenden tegen: Herman en Cora. Herman vertelde dat hij pasgeleden nog had meegedaan aan een wedstrijd voor baas en hond. Hond Iwan lag bij de eerste drie tot 500 meter voor het einde. De hond moest poepen en weg podiumplek.

Op zondag troffen we met het weer. Er was regen voorspeld maar dat viel reuze mee. Iedereen heeft een strakke tijd gelopen behalve Wim. Hij had een hele zware marathon gehad. Neemt niet weg dat we na afloop gezellig hebben geborreld. Ad heeft het ook moeilijk gehad tijdens de loop. Niet alleen met het lopen maar ook onderweg met een Groninger. Ad had keurig, zoals een goede Astreaan betaamt, een Astrea-shirt aangetrokken en toen had er een man de hele weg Gronings tegen hem gepraat. Hij had er als rasechte westerling niets van verstaan…. In de kroeg na de wedstrijd kwamen we ook Herman weer tegen. Ik vroeg hem hoe hij had gelopen. Niet zo’n beste tijd zei hij, 2 uur en 12 minuten. Maar, zei hij, ik kreeg last van buikloop en moest wel 10 minuten wachten voor een dixie. Er waren namelijk twee wachtenden voor hem. Ze zeggen wel eens dat een baasje steeds meer op zijn hond gaat lijken.

Tot zover de merkwaardige gebeurtenissen in zo’n Berenloopweekend. Ik wil Wim nog bedanken voor het mooie cadeau dat hij mij heeft gegeven en voor het feit dat hij eigenlijk mijn back up was toen ik geen spullen bij me had om mijn band te plakken. En dan bedenk ik me nu dat iedereen eigenlijk wel een back up nodig heeft in zijn leven. Maar hierover een volgende keer want daar kun je wel een boek over vol schrijven.

John Wachtmeester